Gek op Gronings

De boudel in’t hoeze

Als geboren en getogen Stadjer heb ik het geluk dat de wortels van mijn ouders in het Oost Groningse liggen. Zo heb ik een schat aan woorden meegekregen waar mijn stadse klasgenootjes nog nooit van hebben gehoord. Zo ging er bij ons dagelijks een swilkje op tafel voor we gingen eten. En kreeg je een pleverkouke bij de koffie ver voordat de eierkoek bekendheid kreeg bij een dieet goeroe.

Maar was je ook zwaar beledigd als een tante je vertelde “zugst ter goud uut wicht”, weer een paar kilo aangekomen dus.

En ook als kind verwarrend, zo had ik een oom die Evert heette en de familie het vaak had over  “dei het lóie everd op rogge terwijl de man bijkans dag en nacht aan het werk was.

Zo zijn er ook dingen die zich slecht laten vertalen in het Nederlands; “wat een boudel” of favoriet van mijn moeder als mijn vader sterke verhalen aan het vertellen was, “Oal kou moaze” Welke ik ook leuk blijf vinden; Jaaa joe mainen aal wat, kan je te pas en te onpas roepen.

Ook leerde ik van een nichtje dat als je een paling had gevangen je de hengel hoog moest houden, anders kreeg je de “haile boudel in’t hoeze”!

Veel later toen ik met hetzelfde nichtje naar de jeugdsoos ging, begreep ik niks van een jongen die met mij wilde “brommers kiek’n” Jee wat een rare vent (hij zag er nog wel zo leuk uit) wat is daar nou aan!

Pas, 35 jaar later,  bij de serie van Herman Finkers “jonge leu en oale groond” viel het kwartje! Oh dat wilde de jongen met mij doen! Waist wel?

Mijn moeder had me alleen maar geleerd “nait te dicht bie wotter komen” niks over brommers!

Het Gronings is leuk! Echt zou toch jammer zijn als dit verloren gaat.

Ondertussen ben ik druk bezig mijn website te verbouwen, stilzitten is er niet meer bij! Joe heuren nog van mie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *